.

Wintertips van Mercedes-Benz Dealer Bedrijven.

Mercedes-Benz Wintertips

Autorijden in de winter brengt meer gevaren met zich mee dan in de zomer. Daarom is het in de winter nog belangrijker dat u goed voorbereid en met de juiste kennis op weg gaat. Hieronder vindt u handige tips die u in meerdere situaties in de winter oplossing zullen bieden. We geven u tips voor voor en tijdens het rijden en wat te doen in noodsituaties als bijvoorbeeld een slip. En hoe vervelend is het als uw deuren zitten dichtgevroren, onderstaand vindt u voor dit soort situaties de oplossing! 


1. Rijden tijdens winterse omstandigheden.

Algemene regels bij gladheid
Een natte weg is twee keer zo glad als een droge weg.
Een besneeuwde weg is twee keer zo glad als een natte weg.
Een bevroren weg is twee keer zo glad als een besneeuwde weg. 

Rij voor meer grip op winterbanden
In veel landen zijn winterbanden tegenwoordig verplicht gedurende de wintermaanden. Zomerbanden zijn minder geschikt om te rijden bij winterse omstandigheden. Het rubber van de banden wordt harder waardoor de remweg langer wordt. Winterbanden hebben een andere rubbersamenstelling die ook bij lage temperaturen lang zacht blijft. Een winterband heeft bij een snelheid van 50 km per uur een remweg van 32 meter terwijl deze bij een zomerband 63 meter is. Dat is bijna het dubbele! 

Goede banden – de besten achter
Natuurlijk is het met winters weer het beste om winterbanden te hebben. Maar ook normale banden moeten van goede kwaliteit zijn en veel profiel hebben. De banden met het meeste profiel horen overigens de achterbanden te zijn. Op die plaats is de meeste grip nodig.                                                          
                                                                 
  Houd afstand
Houd tweemaal zoveel afstand als u gewend bent. Uw remweg is veel langer dan u denkt.

Rij niet onnodig links
Blijf niet onnodig links rijden. Besef dat als de auto na een aanrijding tegen de linker vangrail staat, het verlaten van het voertuig erg moeilijk kan zijn.

Rem niet te hard
Door te hard remmen blokkeren de (voor)wielen en wordt de auto onbestuurbaar. 

Controleer de bandenspanning
Controleer regelmatig de bandenspanning. Niet alleen ten behoeve van de grip en wegligging maar ook voor een gunstiger brandstofverbruik en minder slijtage.

Let op uw stuurwiel
Als u in sporen van voorgaande auto's rijdt, is het belangrijk op uw stuurwiel te letten. Zolang u in het spoor zit zal u als op rails deze sporen gewoon volgen, ook al staat uw stuur ingedraaid. Wanneer dit laatste het geval is kunt u ineens opzij vliegen wanneer het spoor ophoud. Let dus altijd op de stand van uw stuurwiel wanneer u in sporen rijdt.                                                                                                                                                                                                                                                                                                     

2. Tips bij slippen en om slippen te voorkomen.

In een slip raken is voor veel mensen een van de grootste angsten tijdens het autorijden. Tijdens winterse omstandigheden wordt de kans op slippen groter. Een goede voorbereiding en winterklare auto met winterbanden neemt veel risico weg. Soms kan het toch gebeuren dat u in een slip raakt. Wat doet u dan?

Voorwielslip

Bij een voorwielslip beginnen de voorwielen te glijden en zal de auto rechtuit blijven gaan. De auto is dan niet meer te besturen.  

Stap 1 - Van het gas! Laat direct het gas los en trap de koppeling in.  
 

Stap 2 - Niet remmen. Als eerste natuurlijke schrikreactie beginnen de meeste mensen te remmen. Men remt snel te hard en raken de controle over de auto kwijt. Doe dit dus niet.

Stap 3 - Niet te hard sturen. Onverwachte stuurbewegingen zorgen dat de auto rechtuit blijft gaan en niet uit de slip kan worden gehaald. Stuur dus gedoseerd. 


Achterwielslip

Bij een achterwielslip beginnen de achterwielen te glijden en zal de achterkant van de auto uitbreken. De auto dreigt te gaan spinnen. 

Stap 1 - Ontkoppel. Trap wanneer de achterkant dreigt uit te breken direct de koppeling in. 

Stap 2 - Niet remmen. Ook hier geldt dat remmen de slip verergerd.
 
Stap 3 - Stuur tegen. In tegenstelling tot de voorwielslip moet u hier juist sturen om uit de slip te komen. Stuur tegen de richt in waar het voertuig zich heen wilt bewegen. 

Stap 4 - Stuur nog een keer tegen. Vaak zal de auto wanneer u terug heeft weten te sturen, nog een keer de andere kant op slippen. Deze slip is minder heftig maar ook hier moet u tegenstuur geven.                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                            

 

In de bocht
De bocht nemen op gladde wegen vraagt om voorzichtigheid. Voor de bocht moet afgeremd worden, want remmen in de bocht zelf vergroot het slipgevaar. Bovendien is gasgeven in de bocht ook vragen om problemen. Doe dat dus niet, maar laat de auto gewoon uitrollen tot de bocht voorbij is en geef vervolgens op een recht stuk weer langzaam en voorzichtig gas. 

Laat bij slippen in een bocht het gas los en stuur niet extra in. Wanneer je het gas los laat zal de auto vanzelf weer zijn grip krijgen. Daarna kunt u weer rustig sturen. 


Op een helling
Bij tractieverlies bij het oprijden van een helling, kan het zeer effectief zijn uw stuurwiel heen en weer te bewegen. Ongeveer een kwartslag naar links en rechts. Wanneer u dit blijft herhalen kunt u genoeg tractie krijgen om de helling te halen. Wanneer u zijwaarts gaat glijden moet u nooit maar dan ook nooit remmen of de koppeling intrappen, ondanks dat dit de meest natuurlijke reactie is. Sterker nog: stuur iets omhoog en geef gas bij om de auto uit de zijwaartse glijbeweging te trekken. Dit geldt voor zowel een vlakke ondergrond als hellende ondergrond. 


Voorkom erger

Als blijkt dat een aanrijding onvermijdelijk wordt, laat dan de rem los en stuur daar naar toe, waar dat het minst kwaad kan. Het is beter een obstakel te schampen, dan frontaal te raken.

3. Auto vast in de sneeuw

Stap 1 - Schakel om weg te rijden de tweede versnelling in. Dan is de kans op doorslippen een stuk kleiner. Geef niet teveel gas en laat de koppeling langzaam opkomen. Als u een automaat met sneeuwstand hebt, gebruik die dan. 

Stap 2 - Probeer heen en weer te bewegen. Door op het juiste moment gas te geven of juist los te laten, begint de auto heen en weer te bewegen. Hiermee maakt u het gat waarin u verzakt zit groter en de randen minder steil. Wegrijden wordt hierdoor gemakkelijker.

Stap 3 - Haal de sneeuw voor en achter de wielen weg. Probeer nu opnieuw heen en weer te bewegen met de auto.


Stap 4 - Nog steeds vast? Leg een stuk karton voor of juist achter de wielen of gebruik in het uiterste geval hiervoor de vloermatten van uw auto. Probeer opnieuw heen en weer te bewegen tot de auto grip krijgt op de matten. Geef hierbij dus niet te veel gas!
  Stop wanneer de auto los is niet eerder met rijden tot u op een plek staat waarvan u zeker weet dat u daar weer weg komt. Anders kunt u weer beginnen bij stap 1.

Parkeren
Parkeer de auto achteruit in met de neus naar de straatkant. Dit is gemakkelijker uitgraven en wegrijden bij sneeuwval.                                                                                                                                                                                                                                                                                   

4. IJsvorming in en rondom de auto.

In de winter kan u te maken krijgen met ijsvorming. Op de weg leidt dit tot gladheid en kan dit voor onveilige situaties zorgen. Maar ook in en op uw auto kan ijs u in vervelende situaties brengen. Onderstaand vindt u daarom handige tips en oplossingen om dit te voorkomen en op te lossen!

Vastgevroren deuren

Vaak helpt het om de vastgevroren deur even extra dicht te duwen zodat het ijs breekt, maar voorkomen is beter. Er zijn sticks in de handel met een smeerseltje om het rubber niet vast te laten vriezen. Talkpoeder, Vaseline of siliconenspray op de rubbers wil ook helpen. 

Vastgevroren handrem
Wanneer de handrem vastgevroren zit, kunt u hem vaak loskrijgen door deze nog eens extra aan te trekken. Hierdoor breekt het vastgevroren ijs op de handremleiding. Mocht dat niet werken kunt u ook een kwartier de auto laten draaien met de verwarming hoog. Nog beter is het om de handrem in de winter helemaal niet te gebruiken. Laat de auto in P of in zijn 1 of achteruit staan.

Vastgevroren ruitenwissers
Controleer voordat u gaat rijden of de ruitenwissers niet zijn vastgevroren. Wanneer u de ruitenwissers wilt gaan gebruiken en deze zijn vastgevroren, kan het motortje van de wissers oververhit raken en gaat deze kapot. Maak de ruitenwissers daarom met de hand los voor u gaat rijden. Om aan vriezen te voorkomen kunt u een stuk karton op uw voorruit plaatsen, dit voorkomt ook direct dat uw voorruit bevriest.

 

Sloten bevroren
Thuis: slotontdooier, zakje warm water, sleutelbaard verwarmen met aansteker of föhn in of tegen het slot houden. 
Niet thuis: met je lichaam ongeveer 5 minuten tegen slot aan staan.


Bevroren ruiten
Schaf een spuitbus met ruitontdooier aan. Deze kan zijn diensten ook voor vastgevroren deuren bewijzen. Leg deze bus daarom niet in de auto. Ook zijn er speciale dekens te koop voor over de voorruit. Die zorgen er voor dat je niet hoeft te krabben. Gebruik geen kranten, als die nat worden en vastvriezen ben je nog veel verder van huis.


Ruitensproeiers bevroren

Leg op de sproeierkopjes een zakje warm water. Als het reservoir (door zomervulling) bevroren is, aanvullen met warm water. Na het ontdooien het water vervangen door winterharde vloeistof.                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                

5. Extra Wintertips

Auto wil niet starten

Als de auto niet wil starten, schakel dan bij voorkeur voor starthulp de 24/7 uur Service van Mercedes-Benz Dealer Bedrijven in. Door ondeskundig handelen kan vooral bij moderne auto's door starthulp schade ontstaan aan de elektronica. 


Neem dekens en/of extra jassen mee 

Mocht u ergens stil komen te staan en de verwarming niet meer werken dan kan het in de auto erg koud worden. Dekens of extra jassen kunnen dan erg goed van pas komen wanneer u wacht op onze 24/7 Service.                                                                                                                                                                                                                                                                                    

  Houd uw auto schoon
IJs, sneeuw en strooizout zijn niet goed voor de auto. Maak daarom de auto regelmatig schoon. Ook een stevige waslaag aanbrengen voor de vorstperiode geeft de auto een goede bescherming. Indien je de auto gedurende de vorstperiode wast, is het belangrijk de portierrubbers en sloten goed te drogen en opnieuw te behandelen met vaseline of kruipolie/siliconenspray.